Vereniging‎ > ‎Repertoire‎ > ‎nederlands‎ > ‎

De zuiderzee ballade

Geplaatst 23 nov. 2011 07:26 door D. R. S.   [ 23 nov. 2011 08:05 bijgewerkt ]

Solo: Opa, kijk ik vond op zolder
‘n foto van een oude boot.
Is dat nog van voor de polder?
Van de oude vissersvloot?

Solo: Jochie dat is een gelukkie
‘k Was dat prentje jaren kwijt,
‘k Heb nou weer een heel klein stukkie,
Van die goeie ouwe tijd.

Daar is het water, daar is de haven
Waar je altijd horen kon: wij gaan aan boord.
De voerman laat er nou paarden draven,
En aan de horizon ligt Emmeloord.

Eens ging de zee hier tekeer,
Maar die tijd komt niet weer,
Zuiderzee heet nu IJsselmeer.
Een tractor gaat er nou greppels graven,
‘k zie aan de horizon, geen schepen meer.

Solo: Kijk die jonge man ben ikke,
Ikke was de kapitein
Hierzo en die grote dikke,
Dat moet malle Japie zijn.

Solo: Opa en die blonde jongen,
Vooraan bij de fokkeschoot?
Opa, zeg nou wat!
Die jongen is je ome …… die is dood.

In ‘t diepe water, ver van de haven,
In die Novembernacht, voor twintig jaar
Door ‘t brakke water is hij begraven,
Maar als ik nog even wacht, zien wij elkaar.

Toen ging de zee zo tekeer,
In een razend verweer.
Ongestraft slaat niemand haar neer.
Nu jaren later hier paarden draven,
Zie ik de hand en macht,
Van onze Heer!

Waar is het water, waar is de haven
Waar je altijd horen kon:
"We gaan aan boord":
De voerman laat er zijn paarden draven,
En aan de horizon leit Emmeloord.

Eens ging de zee hier te keer,
Maar die tijd komt niet weer,
‘t water leit nou achter de dijk.
Waar eens de golven, het land bedolven,
Golft nou een halmenzee,
De oogst is rijk. 

Comments